
In onze maatschappij voelen we steeds sterker een behoefte om onze omgeving volledig te kunnen beheersen, besturen en voorspellen. Een mooi voorbeeld daarvan is het onderwijs. De prestaties van het basisonderwijs meten we met de Cito toets. bij het middelbaar onderwijs is het aantal lesuren een belangrijke parameter. Beide normen leiden tot stevige discussies, vooral als ze niet gehaald worden. Wat men zich niet realiseert is dat het strak sturen op cijfers uit de Amerikaans/Angelsaksische managementcultuur afkomstig is. Sturen op cijfers is bijna heilig,waarbij met het liefst de hele wereld in één getal samenvat. Zie bijvoorbeeld de Net Promoter Score (NPS), waarbij men in één cijfer probeert de loyaliteit van de klant in kaart te brengen.
Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. De werkelijkheid laat zich zelden in een paar getallen samenvatten. De Cito toets meet kennis en intellectuele vaardigheden, maar zegt niets over motivatie en karakter. Terwijl ook deze factoren bepalend zijn voor het succes op de middelbare school. Het aantal lesuren is hooguit ene indicatie of de school voldoende personeel heeft. het zegt niets over de kwaliteit van de lessen en de wijze waarop de lessen zijn georganiseerd.
Cijfers krijgen alleen betekenis als je ook het verhaal achter de cijfers kent en wil begrijpen. Toevallig lijkt dat veel beter in het Rijnlandse model te passen, waarbij we meer sturen op samenwerken, gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en af en toe ook risico durven nemen. Ik geloof niet in een afrekencultuur op basis van zogenaamd objectieve en meetbare criteria. Ik geloof ook niet in prestatiebonussen. Deze zetten hooguit aan tot risicomijdend gedrag en het opleuken van de cijfers. gevolg hiervan is dat discussie gaan over de juistheid van de cijfers en niet over de achterliggende problemen die opgelost moeten worden (ik heb dat echt meegemaakt en ik ben zeker niet de enige die deze ervaring heeft).
Eén manager vertelde mij het volgende: de cijfers geven hooguit weer wat je eigenlijk toch al weet. Daar kan ik me wel in vinden.
Afbeelding met dank aan tori.tori.tori (flickr)







